Zoeken
  • Marina Curvers

Ander kind, zelfde weg, andere eindbestemming?

Aanstaande woensdag krijgt Pepijn een slokdarmscopie en zal er onder narcose bloed geprikt worden, voor uitgebreid onderzoek. Ik vind het best spannend, want hij moet onder narcose en de risico's die dat met zich mee brengt - hoe klein ook - vind ik helemaal niks. Liever loop ik natuurlijk geen enkel risico met mijn kind, maar ja, wat moet dat moet. Dus rijden we woensdagochtend, achterlijk vroeg, naar het ziekenhuis, met de lift naar de kinderafdeling, trekken we Pepijn een operatiehemd aan, leggen we hem in een kinderbedje met oranje spijlen, lopen we mee naar de OK, waar hij bij één van ons op schoot, een mondkapje op krijgt en in slaap wordt gebracht. Zijn lijfje zal slap aanvoelen en dan wordt hij op de operatie tafel gelegd. We zullen daar de kinderarts van Oliver zien (Pepijn heeft een andere kinderarts, maar de arts van Oliver is gespecialiseerd op dit gebied), die de scopie uit zal voeren. Daarna lopen we terug naar de kamer op de kinderafdeling en wachten we totdat we Pepijn weer van de uitslaapkamer op mogen halen.


Als ik het zo op schrijf, klinkt het alsof het al eens gebeurd is, en dat is ook zo. Dezelfde weg; ander kind. Toen Oliver précies zo oud was als Pepijn nu, kreeg hij dezelfde slokdarmscopie. En zo gaat het eigenlijk met alles; de flesweigering, het huilen, de nachten, het gévoel dat het niet klopt. Ziekenhuisopname toen Oliver 5 maanden oud was, ziekenhuisopname toen Pepijn 5 maanden oud was. Het enige echte verschil, is de ontwikkeling; die bleef achter bij Oliver, maar gaat bij Pepijn gelukkig vooruit. Dat heeft me lange tijd echt gerustgesteld, maar toen we rond zijn eerste verjaardag te horen kregen dat zijn groeicurves afbuigen - ook dit gebeurde bij Oliver rond zijn eerste verjaardag -, ging ik me toch iets meer zorgen maken.


"Er kan toch niks ergs aan de hand zijn, want hij is altijd zo vrolijk", "Ik zie helemaal niks aan hem", zomaar opmerkingen die we tijdens onze zoektocht met Oliver vaak te horen kregen en nu ook bij Pepijn. Opmerkingen die natuurlijk niet verkeerd bedoeld zijn, maar die mij het gevoel geven dat ik dingen zie die er niet zijn, dat ik me aanstel, dat ik overdrijf. Bij Oliver ging ik het uiteindelijk geloven; er werd in eerste instantie niks gevonden dus ook wij gingen denken 'dat het niks ergs zou kunnen zijn'. Uiteindelijk bleek hij wel degelijk ziek; gelukkig geen ziekte die progressief is, maar het is ook geen ziekte waar hij van kan genezen. Ook nu wil ik heel erg geloven, dat het bij Pepijn "niks ergs" is en dat het allemaal afloopt met een sisser, dat hij "er overheen groeit", maar de gelijkenissen maken me soms angstig. We ervaren dezelfde dingen, zowel in gebeurtenissen, als in gevoelens. En dat had ik alles behalve verwacht; ik had niet verwacht met Pepijn óók door de gangen van het ziekenhuis te lopen, óók het gevoel te hebben dat ik voor hem moet strijden, óók tegen hem te zeggen, dat ik hem ga helpen en net zolang ga zoeken totdat hij niet meer hoeft te huilen van de pijn.



Woensdag dus. Na zo'n dag, of een paar uur, ziekenhuis, komen we altijd moe en leeg terug. We zien andere zieke kinderen, ouders met een lach op hun gezicht, maar verdrietige ogen, die hun best doen het zo fijn mogelijk te maken voor hun zieke kind. Dat maakt elke keer weer indruk, dat went eigenlijk nooit, hoe vaak we die weg ook lopen.


Laat de weg hetzelfde zijn, met heel mijn hart hoop ik dat de eindbestemming anders is.






119 keer bekeken3 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven